Niederländische Redewendungen, Sprichwörter und Vergleiche


Editie 1

Verzeichnis mit Erläuterungen und Übersetzungen von mehr als 2.500 Redewendungen, Sprichwörtern und Vergleichen aus dem geschriebenen und gesprochenen Niederländischen, fu¨r alle, die sich in die Feinheiten der Sprache vertiefen wollen. Klassifizierung - nach dem Häufigkeitsindex, etabliert anhand der Suchmaschine Google. - nach dem Schwierigkeitsgrad: 3 Niveaus, mit progressiver Schwierigkeit. Übungen zu den Niveaus 1 und 2 am Ende des Buches. Besonders fu¨r Studenten der niederländischen Sprache und Literatur gedacht, sowie fu¨r zuku¨nftige Übersetzer und Personen, die das Niederländische in ihrem Berufsleben benutzen.


Paperback - Meertalig 28,80 €

Gegevens


Uitgever
Presses universitaires de Louvain
Auteur
Siegfried Theissen, Philippe Hiligsmann, Caroline Klein,
Collectie
Hors collection (Presses universitaires de Louvain)
Taal
Nederlands, Duits
Categorie uitgever
> Filosofie, letteren, taalkunde en geschiedenis > Talen, taalwetenschap en letterkunde > Duits
Categorie uitgever
> Filosofie, letteren, taalkunde en geschiedenis > Talen, taalwetenschap en letterkunde > Germaanse talen
Categorie uitgever
> Filosofie, letteren, taalkunde en geschiedenis > Talen, taalwetenschap en letterkunde > Nederlands
Categorie uitgever
> Filosofie, letteren, taalkunde en geschiedenis
BISAC Subject Heading
FOR009000 FOREIGN LANGUAGE STUDY / German
Onix Audience Codes
06 Professional and scholarly
CLIL (2013)
3426 Dictionnaires de langues d'origine étrangère
Voor het eerst gepubliceerd
01 januari 2009
Type werk
Monografie

Paperback


Publicatie datum
2009
ISBN-13
9782874631542
Omvang
Aantal pagina's hoofdinhoud : 296
Code
80668
Formaat
16 x 24 x 1,6 cm
Gewicht
444 grams
Aanbevolen verkoopprijs
28,80 €
ONIX XML
Version 2.1, Version 3

Google Book Preview


Schrijf een reactie

Inhoud


Vorwort................................................................................................................. 7
Uitdrukkingen, spreekwoorden en vergelijkingen...................... 13
Oefeningen....................................................................................................... 189
Uitdrukkingen............................................................................................ 189
1. Invuloefeningen.......................................................................................... 189
1.1. Niveau .............................................................................................. 189
1.1.1. Vul de correcte werkwoordsvorm in.......................................... 189
1.1.2. Vul het correcte zelfstandig naamwoord in ............................... 191
1.1.3. Vul het ontbrekende woord in ................................................... 193
1.1.4. Vul het voorzetsel in.................................................................. 197
1.2. Niveau .............................................................................................. 203
1.2.1. Vul de ontbrekende werkwoordsvorm in................................... 203
1.2.2. Vul het ontbrekende zelfstandig naamwoord in......................... 205
1.2.3. Vul het ontbrekende woord in ................................................... 207
1.2.4. Vul het voorzetsel in.................................................................. 209
1.3. Maak de onderstaande zinnen af. Maak hiervoor een keuze uit één
van de vier oplossingen. ..................................................................... 214
2. Combinatieoefeningen .............................................................................. 227
2.1. Verbind beide kolommen ..................................................................... 227
2.2. Welke uitdrukking uit de tweede kolom is bijna synoniem /
semantisch verwant met een uitdrukking uit de eerste kolom? ........... 236
2.3. Welke omschrijving uit de tweede kolom past bij een uitdrukking
uit de eerste kolom?............................................................................ 238
2.4. Vorm uitdrukkingen aan de hand van de verschillende kolommen. ..... 242
3. Omschrijven en vertalen........................................................................... 244
3.1. Thematische oefeningen ....................................................................... 244
3.1.1. Omschrijf en vertaal de volgende uitdrukkingen waarin een
lichaamsdeel voorkomt.............................................................. 244
3.1.2. Omschrijf en vertaal de volgende uitdrukkingen waarin een
diernaam voorkomt.................................................................... 245
3.1.3. Omschrijf en vertaal de volgende uitdrukkingen waarin een
kledingstuk voorkomt ................................................................ 245
3.1.4. Omschrijf en vertaal de volgende uitdrukkingen waarin een
vrucht/groente voorkomt ........................................................... 246
3.2. Vertaal de volgende uitdrukkingen in het Nederlands.......................... 246
3.3. Vertaal de volgende werkwoorden of werkwoordelijke verbindingen
door een Nederlandse uitdrukking...................................................... 248
4. Uitdrukkingen die in Vlaanderen worden gebruikt.............................. 249
Spreekwoorden .......................................................................................... 253
1. Vervolledig de volgende spreekwoorden ............................................... 253
2. Welk spreekwoord past bij de volgende omschrijvingen?................... 254
3. Vertaal de volgende Duitse spreekwoorden in het Nederlands.......... 255
Vergelijkingen ............................................................................................ 257
1. Invuloefeningen.......................................................................................... 257
1.1. Vul de ontbrekende woorden in............................................................ 257
1.2. Vul de ontbrekende adjectieven in. ...................................................... 258
1.3. Vul de ontbrekende woorden in............................................................ 259
1.4. Vul de ontbrekende infinitieven in. ...................................................... 259
2. Samengestelde adjectieven....................................................................... 260
3. Maak............................................................................................................ 264
3. a) een vergelijking van het type "zo + adj. + als (Ø/een/de/het) subst.".. 264
3. b) samengestelde adjectieven van het type “spierwit” ............................. 264
Verzeichnis ...................................................................................................... 265